Andere thema's

Word lid van D66

  1. Kun je meepraten en –stemmen over de koers van D66 tijdens onze landelijke en regionale ledencongressen
  2. Heb je toegang tot exclusieve evenementen die wij organiseren, zoals de Nieuwe Ledendag in de Tweede Kamer
  3. Kun je gebruikmaken van het brede aanbod aan opleidingen en trainingen die wij aanbieden
  4. Ontvang je drie keer per jaar ons ledenmagazine Democraat
Word lid van D66

Onderwijs

D66 wil het beste onderwijs voor iedereen. Dat betekent gelijke en de beste kansen. Voor iedereen.

Op deze pagina lees je alles over het lager en voortgezet onderwijs.

D66 logo
D66 logo

D66 wil het beste onderwijs voor iedereen. Dat betekent gelijke en de beste kansen. Onderwijs biedt kansen om dromen na te jagen, talenten te ontwikkelen, leert samenleven en zelfstandig te zijn. Wij zetten ons elke dag in om onderwijskansen te versterken.

Dit kunnen we alleen bereiken met de beste leraren voor de klas. Zij maken de onderwijskwaliteit. Leraar zijn is een fantastisch beroep. Het doel van D66 is om het beroep zo aantrekkelijk mogelijk te maken. Dit krijgen we voor elkaar door de werkdruk te verlagen, het salaris te verhogen en leraren meer ruimte en vertrouwen te bieden in hun vak.

Foto: Jeroen Mooijman

Het beste onderwijs voor iedereen (ook voor jou)

Het is misschien wel de grootste uitdaging op onderwijs: de aanpak van het lerarentekort. Dit jaar is er een tekort van 1700 leerkrachten. Dat gaat volgens onderzoek oplopen tot bijna 5000 leraren in 2024.

D66 wil ervoor zorgen dat het beroep leraar weer aantrekkelijk wordt. Want leraar zijn is een fantastisch beroep! Vraag iemand naar zijn lievelingsleraar en je krijgt gegarandeerd een mooi verhaal. De leraar maakt een leven lang indruk. Toch staat het leraarschap in een negatief daglicht. Er heerst een groot lerarentekort die de komende jaren dreigt toe te nemen. Het probleem is tien jaar lang genegeerd. Het is onvoorstelbaar dat het tekort de huidige omvang heeft kunnen aannemen.

Het extra geld

D66 strijdt al lang voor beter onderwijs. En voor meer geld voor onderwijs. Dat deden we in de oppositie, dat doen we in deze coalitie. Door de goede samenwerking in het kabinet is het nu gelukt om nog eens 460 miljoen euro extra voor de komende twee jaar vrij te maken. De aanhoudende hartenkreet uit het onderwijs heeft een belangrijke rol gespeeld om het voor elkaar te krijgen. En een compliment verdienen ook een aantal oppositiepartijen, die zich de afgelopen tijd hard hebben gemaakt voor extra onderwijsinvesteringen. Het laat nog maar eens zien: met samenwerken zetten we echt stappen vooruit.

Maar laten we ook eerlijk zijn. Dit extra geld is broodnodig.

Het is niets meer dan noodzakelijk voor leraren en leraressen die dag in dag uit keihard werken voor onze kinderen, werk van elkaar overnemen en tot ver na schooltijd in de klas met stapels werk zitten. Het extra geld moeten we daarom zo snel mogelijk verstandig uitgeven. En met D66 valt altijd te praten over meer investeringen. Want er is nog veel meer te verbeteren in het onderwijs.

Het eerlijke verhaal is dat we het lerarentekort niet op korte termijn kunnen oplossen. Ook omdat we absoluut geen concessies willen doen aan de bevoegdheidseisen van het leraarschap. Wel kunnen we de rode loper uitleggen om voor iedereen de weg naar het leraarschap zo aantrekkelijk te maken.

Een beter salaris

Iedere leraar verdient een goed salaris. Het salaris van basisschoolleraren is al met 9,5% gestegen. Daarbij kwam ook een eenmalige bonus van €2000,-. Maar daarmee zijn we er nog niet. De salariskloof tussen het basisonderwijs en het voortgezet onderwijs kan niemand goed verklaren. Een eerlijke beloning is belangrijk voor de aantrekkelijkheid van het beroep.

Minder werkdruk

De werkdruk van de leraar moet worden verlaagd. Leraren hebben weinig tijd om lessen voor te bereiden, maatwerk te bieden en te werken aan hun vak. Dat maakt het vak onaantrekkelijk. Dit kabinet investeerde al 430 miljoen euro per jaar  in werkdrukverlaging. Dat geld gaat direct naar de school, waardoor lerarenteams zélf bepalen hoe de werkdruk het beste verlaagd kan worden. Dat betekent dat leraren zelf bepalen of ze extra klassenassistenten aannemen, een gymdocent aanstellen of een extra conciërge aannemen. Zo worden de juffen en meesters ontlast. Leerkrachten op basisscholen hebben het extra geld om de werkdruk te verlagen op verschillende manieren ingezet. En met succes, blijkt uit onderzoek onder schoolbestuurders. Zij vinden dat de werkdruk hierdoor is afgenomen.

Meer waardering en vertrouwen

Leraren willen voldoende ruimte en vertrouwen als professional. Hoewel er meer geld in onderwijs wordt geïnvesteerd, komt dat nog te vaak op de verkeerde plek terecht, namelijk in reserves en in bureaucratie.

Er ligt dus nog geld op de plank, maar het komt niet op de juiste plek terecht waar het broodnodig is: op scholen. Dit komt doordat de schoolleiders hun positie zijn kwijtgeraakt en geen zeggenschap meer hebben. Het is tijd dat leraren inspraak krijgen op het onderwijsgeld. Besluiten worden nu te vaak genomen op een managementniveau dat te ver van de klas af staat. Bovendien is het financieringsmodel veel te ingewikkeld geworden met aparte potjes, bekostiging en subsidies.

D66 zegt: stuur het geld direct naar scholen. Dat is dé herkenbare plek voor overheid, leraren, ouders en leerlingen; dat gebouw in de wijk waar je je (klein)kind naar toe brengt, geleid door een schoolleider, die je gewoon kent. De school moet de zeggenschap en verantwoordelijkheid hebben om het beste onderwijs te geven aan ieder kind. Scholen krijgen hiermee grote verantwoordelijkheden zoals personeelsbeleid, ICT en huisvesting. Ja, dan zullen scholen moeten samenwerken. Schoolleiders kunnen bijvoorbeeld gezamenlijk een bestuur vormen, zodat de zeggenschap en verantwoording bij de school blijft.

Een aantrekkelijke studie: minder collegegeld

Het is belangrijk dat we extra leraren krijgen en de lerarenopleiding aantrekkelijk is. Daarom verlagen we het collegegeld van de eerste twee jaar van de PABO en verhogen we de subsidie van de zijinstroom. Ook gaan we startende leraren beter ondersteunen. Bijvoorbeeld door leraren die (bijna) met pensioen zijn in te zetten als coaches.

Maar dat is nog niet voldoende. Ook de vorming van een professionele beroepsgroep maakt het beroep van de leraar aantrekkelijker. Zo krijgen leraren eigenaarschap over de lerarenopleiding, waardoor die beter aansluit op de beroepspraktijk.

De grootste uitdaging van dit moment: het lerarentekort aanpakken

Kansenongelijkheid begint na de schoolbel. Krijgt het kind daarna nog boekjes voorgelezen voor het slapen gaan of wordt er geen Nederlands gesproken? Krijgen ze extra huiswerkbegeleiding en bijles of heb je niet een rustige plek om je huiswerk te maken? Ga je naar gitaarles, de kinderboerderij en voetbaltraining of trap je elke dag in je uppie een balletje tegen een verveloze garagedeur?

D66 wil het beste onderwijs voor iedereen. Want waar je wieg ook stond, ieder kind heeft recht op een gelijke kans en een goede start. Daar zetten we ons keihard voor in. De voorgaande jaren vanuit de oppositie en nu vanuit de coalitie.

De grootste onderwijsinvestering in jaren

Ieder kind heeft recht op het beste onderwijs en een mooie toekomst. Ongeacht wie je bent of waar je vandaan komt. Daarom investeert dit kabinet fors in onderwijs en kansen voor iedereen. Investeringen in onderwijs betalen zich dubbel en dwars terug. Goed onderwijs bepaalt voor een belangrijk deel je kansen op een goede toekomst.

Wij zijn er trots op dat het kabinet maar liefst 1,9 miljard euro per jaar investeert in onderwijs, onderzoek en innovatie. Dat is goed nieuws, want in de Tweede Kamer is er een democratische meerderheid tegen een onderwijsinvestering. De onderwijsinvestering is samen met de investering in Defensie de grootste investering die dit kabinet doet. En terecht.

Meer geld voor verlaging werkdruk van leraren

De werkdruk van de leraar moet worden verlaagd. Leraren hebben weinig tijd om lessen voor te bereiden, maatwerk te bieden en te werken aan het vak. Dat maakt het vak onaantrekkelijk. Dit kabinet investeerde al 430 miljoen euro in werkdrukverlaging. Dat geld gaat direct naar de school, waardoor lerarenteams zélf bepalen hoe de werkdruk het beste verlaagd kan worden. Dat betekent dat leraren zelf bepalen of ze extra klassenassistenten aannemen, een gymdocent aanstellen of een extra conciërge aannemen. Zo worden de juffen en meesters ontlast. Leerkrachten op basisscholen hebben het extra geld om de werkdruk te verlagen op verschillende manieren ingezet. En met succes, blijkt uit onderzoek onder schoolbestuurders. Zij vinden dat de werkdruk hierdoor is afgenomen.

Een gelijke start voor iedereen

Kansengelijkheid vergroot je, door direct te beginnen met een gelijke start. We vergroten de kansen voor de kleinste kinderen door te investeren in taallessen op de peuterspeelzaal. Om een valse start aan begin van de basisschool te voorkomen, krijgen kinderen spelenderwijs taalles. Om er een bedrag aan te plakken: naar taallessen op de vroeg- en voorschoolse educatie gaat 170 miljoen euro per jaar. Daarbij komt er ook meer geld (30 miljoen euro) voor kinderen met een risico op onderwijsachterstanden, waardoor ze beter kunnen meekomen in de maatschappij van morgen.

Dit zijn natuurlijk goede eerste stappen, maar wat ons betreft zijn we er nog niet.

Een gelijke start met cultuur, muziek en sport

Er moet een breder aanbod komen binnen de schoolmuren. Wat ons betreft krijgen kinderen in de toekomst niet meer, maar wel beter les. En niet alleen maar rekenen, taal en begrijpend lezen, maar een breed scala aan van wat wij nu nog kennen als buitenschools schoolse activiteiten, zoals cultuur, muziek, sport en natuurlessen. Want niet ieder kind gaat na school naar gitaarles of naar voetbal. Op deze manier zorgen we voor een gelijke start.

Een oplossing voor de problemen in het passend onderwijs

Passend onderwijs heeft zijn veelbelovende naam niet waargemaakt; het aantal thuiszittende kinderen is toegenomen, er worden steeds meer kinderen naar speciaal onderwijs doorverwezen en de diagnosedrang zet onverminderd door. De ene bureaucratie is vervangen door de andere bureaucratie wat soms onnodige bureaucratische situaties oplevert. Tien hulpverleners op een kind of verschillende zorg-aanvraagprotocollen in een klas die een leraar moet invullen. Het systeem is onbegrijpelijk en daardoor laat het ruimte voor verkeerd gedrag. In 2017 is er van het geld voor passend onderwijs 32 miljoen overgebleven. En let op: dit is toegevoegd aan een spaarrekening van 238 miljoen. Dit staat in schril contrast met de situatie in de klas waar de leerling en de leraar niet de gewenste ondersteuning krijgen.

Hoe zouden we dit beter kunnen doen? Vooropgesteld, een school zou toegankelijk moeten zijn voor ieder kind. Onderzoek toont aan dat kinderen met een beperking die naar een gewone school gaan meer, beter en sneller leren en een grotere kans hebben op het vinden van een baan en het ontwikkelen van een sociaal leven. Ook de resultaten van de andere leerlingen gaan omhoog op een inclusieve school.

Er is nog heel veel nodig om dit te realiseren. Zorg moet dichter op de school worden georganiseerd, zodat leraren geen zorgverleners worden, maar de ondersteuning krijgen die ze nodig achten om het kind onderwijs te geven. Daarbij past ook de invoering van het leerrecht. Kinderen kunnen dan niet meer geweigerd worden en scholen en overheid krijgen meer verantwoordelijkheid om een passende plek voor het kind te creëren.

Extra hulp door huiswerkbegeleiding

Daarnaast willen we dat kinderen binnen de school huiswerkbegeleiding en andere vormen van ondersteuning krijgen. Deze verlengde dag vraagt een gezonde warme lunch voor kinderen, te beginnen op de scholen waar de nood het hoogst is.

Geld direct naar scholen

Nu is het nog zo dat het onderwijsgeld wordt overgemaakt naar schoolbesturen. Deze koepels verdelen het geld vervolgens over de scholen. Daardoor blijft er te vaak en te veel geld dat bedoeld is voor onderwijs hangen bij de onderwijsbesturen. Het geld moet wat ons betreft naar Juf Ank, niet naar ‘Pjotr-Jan van de koepel’, om maar in de termen van De Luizenmoeder te spreken.

Maar op school worden de lessen gegeven door de leraren aan de leerlingen. Daar gebeurt het, daar is het onderwijs. Dus het geld moet dan ook daadwerkelijk naar de werkvloer. Niet eerst naar een bestuur dat eerst hun eigen lasten betaalt en vervolgens het geld dat overblijft aan scholen geeft om lerarensalarissen en wiskundeboeken van te betalen. Dat is de omgekeerde wereld.

De toekomst van ons basisonderwijs

Op het voortgezet onderwijs ontwikkelen kinderen zich verder. Welke vakken kies je in de bovenbouw? Wat voor vervolgopleiding wil je doen? Daar is goede begeleiding voor iedere leerling voor nodig. En voldoende tijd en ruimte voor leraren om die te geven.

Latere selectie: een betere kans voor ieder kind

In Nederland selecteren wij met 12 jaar al vroeg naar niveau. Bij veel kinderen is dan nog helemaal niet uitgekristalliseerd welk niveau het beste bij ze past. Bovendien werkt vroege selectie kansenongelijkheid in de hand. Rond 12 jaar wordt bepaald of een leerling naar het vmbo, havo of vwo gaat. Dat is te vroeg voor veel kinderen. Door kinderen langer in gemengde klassen les te geven, zorgen we voor meer tijd om achterstanden te compenseren en laatbloeiers tot hun recht te laten komen.

Bij brede brugklassen, dus met een duur van één, twee of zelfs drie jaar op diverse niveaus (de vier leerwegen van vmbo of vmbo-tl/havo/vwo), wordt de selectie van leerlingen uitgesteld. Kinderen die langer in gemengde klassen zitten, geven letterlijk meer tijd om de achterstanden van leerlingen te compenseren en laatbloeiers tot hun recht te laten komen. Dit kan verschillende vormen aannemen zoals 10-14 scholen, verlengde basisscholen, junior colleges of verlengde brugklassen.

Vakken op verschillende niveaus

Daarnaast zijn leerlingen op het voortgezet onderwijs te vaak niet gemotiveerd en voelen ze zich niet uitgedaagd. Dit komt doordat het huidige voortgezet onderwijs nauwelijks eigen keuzes en maatwerk biedt. Het slechtste vak bepaalt het onderwijsniveau. D66 wil dat anders: talenten en interesses van leerlingen moeten centraal staan. Het is tijd voor maatwerkdiploma’s? Zo kan een leerling die uitblinkt in bètavakken wiskunde en natuurkunde deze volgen op vwo-niveau. En Frans bijvoorbeeld op havo-niveau.

Door een maatwerkdiploma hebben leerlingen een eigen keuze, wordt het onderwijs uitdagend en worden brede talenten erkend. Van belang is ook dat de vervolgopleidingen aansluiten zodat het maatwerkdiploma daadwerkelijk toegang biedt tot een passende opleiding.

Technisch vmbo: het vmbo van de toekomst

Goed techniekonderwijs is ontzettend belangrijk. De ontwikkelingen gaan heel snel, denk aan de ontwikkelingen in de energiesector, de opkomst van de elektrische auto en installaties in onze huizen. Omdat we niet weten hoe de technische arbeidsmarkt eruitziet als de huidige leerlingen gaan werken, moeten scholen in staat zijn hun onderwijs voortdurend te vernieuwen. Daarom investeren we flink extra in het technisch vmbo. Met deze investering krijgen scholen meer lucht om verder te bouwen aan hun techniekaanbod. Alleen zo krijgen we de energietransitie voor elkaar.

Weg met de Haagse plannen: een einde aan de afrekentoets

De afgelopen jaren stond het onderwijs steeds meer onder druk van Haagse plannen. Den Haag moet niet teveel regeldruk en toetsen opleggen van bovenaf. De rekentoets, wij noemen deze toets ook wel de ‘afrekentoets’, is daarom afgeschaft. Leerlingen leren niet beter rekenen van een toets, maar van goed onderwijs. Je leert rekenen door te oefenen samen met een goede leraar. En niet door alleen een afrekentoets aan het einde van de middelbare school. En al helemaal niet door een toets waar een leerling een 3 (drie!) voor mag halen. Daar moeten we mee stoppen.

Minder lesuren voor docenten

Leraren in het voortgezet onderwijs hebben, net als leraren in het basisonderwijs, een te grote werkdruk om hun werk goed te doen. Daardoor krijgen de leerlingen niet het onderwijs dat ze verdienen. D66 vindt dat iedere leraar de tijd en aandacht moet kunnen hebben voor elke leerling, zodat ieder kind een even grote kans heeft op een mooie toekomst.

Leraren hebben ook tijd nodig om zichzelf te ontwikkelen en hun lessen voor te bereiden. Dan krijgen onze kinderen het onderwijs waar ze recht op hebben. Daarom moet de werkdruk voor docenten op middelbare scholen omlaag. Nu geeft een leraar gemiddeld nog 25 lesuren per week. Nederlandse middelbare scholieren krijgen daarmee aanzienlijk meer les dan leerlingen in andere landen. Daardoor houden de Nederlandse leraren te weinig tijd over om de kwaliteit van het onderwijs te verbeteren. Met minder lesuren, bijvoorbeeld 20 uur per week, verbeteren we de kwaliteit van het onderwijs.

Tot slot wil D66 dat leraren uit het voortgezet speciaal onderwijs moeten hetzelfde betaald krijgen als hun collega’s in het voortgezet onderwijs.

De toekomst van ons voortgezet onderwijs

Het onderwijs verdient een grote ambitie. Om de beste en gelijke kansen te bieden aan ieder kind, zodat de emancipatiemotor weer op volle toeren kan draaien. Om de leraar de baas te maken over haar of zijn eigen vak. Daarom gaat D66 tussen november en april op Scholenreis. De toekomst van het onderwijs bepaal je niet alleen, dat doe je samen.

Waarom gaat D66 op Scholenreis?

‘Eén kind, één leraar, één boek en één pen kunnen de wereld veranderen. Onderwijs is de enige oplossing. Onderwijs eerst.’ De auteur van die woorden, Malala Yousafzai, werd als meisje beschoten door religieuze terroristen vanwege haar publiekelijk uitgedragen standpunt dat ieder kind recht heeft op het beste onderwijs. De kogel beschadigde haar gezicht, maar niet haar overtuiging. Malala reist rond met haar verhaal. Ze overtuigt overheden in alle uithoeken van de wereld van het levensbelang van universeel toegankelijk onderwijs voor meisjes en jongens. Omdat onderwijs kinderen de kans biedt zich optimaal te ontwikkelen, hun dromen na te jagen en hun talenten te ontwikkelen. Dat is niet alleen in het belang van het geluk, de vrijheid en de gezondheid van het kind maar ook voor de samenleving als geheel. Kinderen leren op school om samen te leven en mee te doen. Bovendien is in Nederland kennis de enige grondstof die we hebben.

Toch zijn er op dit moment grote problemen in het Nederlands onderwijs.

Ondanks het feit dat de afgelopen jaren meer geld naar onderwijs is gegaan. D66 heeft zich daar telkens weer sterk voor gemaakt. Vanuit de oppositie regelden we honderden miljoenen. Vanuit de coalitie hebben we bijna 2 miljard voor het onderwijs kunnen vrijmaken. Maar dat is geen reden voor een feestje. Verre van dat. Als onderwijspartij zijn wij de eerste om dat te erkennen. Want de onderwijskwaliteit is daarmee niet meteen aanzienlijk verbeterd.

Er is veel dat zorgen baart. Het lerarentekort bedreigt de ontwikkeling van veel kinderen. Bij gelijk talent hebben leerlingen nu minder gelijke kansen dan tien jaar geleden. Opleidingsniveau kan nu vaker dan tien jaar geleden worden voorspeld door afkomst. Dat wil zeggen: er zit zand in de emancipatiemotor die het onderwijs heet. Slecht voor de ontplooiing van individueel talent. Slecht voor de samenleving.

Ondertussen staat de leraar er te vaak alleen voor. Extra geld komt te weinig in de klas terecht, bij leraar en leerling. Nieuwe ideeën worden aangenomen van klankbordgroepen, maar bijna nooit van lerarenkamers. Een ongezonde overheidsobsessie met systemen, rendementen en gemiddelden miskent de realiteit van de klas. Leraren worden onvoldoende vertrouwd om te doen waar ze goed in zijn en staan onder grote werkdruk. Zo verdwijnt de  eer van het vak langzaam in de prullenbak. En wie is de dupe? Het kind. Het kind dat gevangene wordt van hetzelfde systeem dat de leraar opgesloten houdt.

Dit raakt niet alleen de gezondheid en vernieuwingskracht van onze samenleving. Dit raakt de kern van ons bestaan.

Kinderen krijgen niet wat ze verdienen: goed onderwijs van de beste leraar. Dit is voor ons hét moment om kritisch naar het onderwijs te kijken, dit keer vanuit het kind, de leraar, een pen en een boek. Met de kennis van nu, en zonder de bagage van vastgeroeste patronen.

Het onderwijs verdient een grote ambitie. Om de beste en gelijke kansen te bieden aan ieder kind, zodat de emancipatiemotor weer op volle toeren kan draaien. Om de leraar de baas te maken over haar of zijn eigen vak. Daarom gaat D66 tussen november en april op Scholenreis. De toekomst van het onderwijs bepaal je niet alleen, dat doe je samen.

Wij hebben ideeën. Daarvan lees je er een aantal op deze site. Maar die ideeën zijn niet in beton gegoten. Want er zijn veel meer mensen met ideeën. Die mensen zoeken we de komende maanden op. En vragen we ons op te zoeken. Wij doen een uitnodiging aan iedereen met een hart voor het onderwijs.

Denk mee. Doe mee. Bouw mee.

D66 gaat op Scholenreis!

Ga mee op Scholenreis!

D66 gaat van november tot en met april op Scholenreis door het hele land om ideeën te delen en op te halen over de toekomst van ons onderwijs. Iedereen is welkom, ouders, leraren en leerlingen, D66-leden en niet-leden. Tot dan!
Praat mee & denk mee, meld je direct aan

Fabel

"Er wordt geen geld geïnvesteerd in onderwijs"

"Het lerarentekort wordt niet aangepakt, het wordt juist alleen maar erger"

"Leraren krijgen te weinig salaris"

"De werkdruk in het onderwijs is te hoog"

"Het gaat goed met het passend onderwijs"

Feit

We investeren 1,9 miljard euro in het onderwijs. In de verkiezingsprogramma’s staat het volgende: D66 wilde 3.8 miljard extra investeren in onderwijs, CU 600 miljoen, CDA 200 miljoen, VVD 100 miljoen. In het regeerakkoord wordt 1,9 miljard euro extra per jaar in het onderwijs geïnvesteerd.

Waar gaat dat geld dan naartoe? Een greep uit de investeringen in het basis- en voorgezet onderwijs:

– Er is een salarisverhoging voor basisschoolleraren van 9,5% en een eenmalige uitkering van gemiddeld €2.000. Dat betekent concreet dat iedere basisschoolleraar een maandsalaris per jaar erop vooruit gaat. Daarnaast is het gelukt nog eens 460 miljoen euro extra voor leraren voor de komende twee jaar vrij te maken. De aanhoudende hartenkreet uit het onderwijs heeft een belangrijke rol gespeeld om het voor elkaar te krijgen. Laten we ook eerlijk zijn: dit extra geld is broodnodig. Het is niets meer dan een noodzakelijke voor leraren en leraressen die dag in dag uit keihard werken voor onze kinderen. Het extra geld moeten we daarom  zo snel mogelijk verstandig uitgeven. En met D66 valt altijd te praten over meer investeringen.

Er is jaarlijks 430 miljoen euro extra voor werkdrukverlaging in het basisonderwijs. Dat geld gaat direct naar de school, waardoor lerarenteams zélf bepalen hoe de werkdruk het beste verlaagd kan worden. Dat betekent dat leraren zelf bepalen of ze extra klassenassistenten aannemen, een gymdocent aanstellen of een extra conciërge aannemen. Zo worden de juffen en meesters ontlast.

– We vergroten de kansen voor de kleinste kinderen door te investeren in taallessen op de peuterspeelzaal. Om er een bedrag aan te plakken: naar taallessen op de vroeg- en voorschoolse educatie gaat 170 miljoen euro per jaar.

Er gaat extra geld naar het technisch vmbo. Want goed techniekonderwijs is heel belangrijk. De ontwikkelingen gaan snel, denk aan de ontwikkelingen in de energiesector, de opkomst van de elektrische auto en installaties in onze huizen. Omdat we niet weten hoe de technische arbeidsmarkt eruitziet als de huidige leerlingen gaan werken, moeten scholen in staat zijn hun onderwijs voortdurend te vernieuwen. Met deze investering krijgen scholen meer lucht om verder te bouwen aan hun techniekaanbod.

Het is misschien wel de grootste uitdaging op het onderwijs. De aanpak van het lerarentekort. Dit jaar is er een tekort van 1700 leerkrachten. Dat gaat volgens onderzoek oplopen tot bijna 5000 in 2024.

D66 wil ervoor zorgen dat leraar weer een aantrekkelijk beroep wordt. Want leraar zijn is een fantastisch beroep! Toch staat het leraarschap in een negatief daglicht. Er heerst een groot lerarentekort die de komende jaren dreigt toe te nemen. Het probleem is tien jaar lang genegeerd. Het is onvoorstelbaar dat het tekort de huidige omvang heeft kunnen aannemen.

Het eerlijke verhaal is dat we het lerarentekort niet op korte termijn kunnen oplossen. Ook omdat we absoluut geen concessies willen doen aan de bevoegdheidseisen van het leraarschap. Wel kunnen we de rode loper uitleggen om voor iedereen de weg naar het leraarschap zo aantrekkelijk te maken.

De volgende maatregelen nemen we om het lerarentekort aan te pakken:

– Het is gelukt nog eens 460 miljoen euro extra voor de komende twee jaar vrij te maken. De aanhoudende hartenkreet uit het onderwijs heeft een belangrijke rol gespeeld om het voor elkaar te krijgen. Maar laten we ook eerlijk zijn. Dit extra geld is broodnodig. Het is niets meer dan een noodzakelijke voor leraren en leraressen die dag in dag uit keihard werken voor onze kinderen, werk van elkaar overnemen en tot ver na schooltijd in de klas met stapels werk zitten. Het extra geld moeten we daarom  zo snel mogelijk verstandig uitgeven.

Een goed salaris voor leraren. Het salaris van basisschoolleraren is met 9,5% gestegen. Daarbij kwam ook een eenmalige bonus van €2000,-. Dat betekent: een extra maandsalaris voor leraren per jaar.

Dit kabinet investeerde al 430 miljoen euro in werkdrukverlaging. Dat geld gaat direct naar de school, waardoor lerarenteams zélf bepalen hoe de werkdruk het beste verlaagd kan worden. Dat betekent dat leraren zelf bepalen of ze extra klassenassistenten aannemen, een gymdocent aanstellen of een extra conciërge aannemen.

– Het is belangrijk dat we extra leraren krijgen en de lerarenopleiding aantrekkelijk is. Daarom verlagen we het collegegeld van de eerste twee jaar van de PABO en verhogen we de subsidie van de zijinstroom. Ook gaan we startende leraren beter ondersteunen. Bijvoorbeeld door leraren die (bijna) met pensioen zijn in te zetten als coaches.

Tot slot: we zijn we er nog niet. De salariskloof tussen het basisonderwijs en het voortgezet onderwijs kan niemand goed verklaren. Een eerlijke beloning is belangrijk voor de aantrekkelijkheid van het beroep. En met D66 valt altijd te praten over meer investeringen. Want er is nog veel meer te verbeteren in het onderwijs.

Leraren in het basisonderwijs kregen al een salarisverhoging van 9,5% en eenmalige bonus van €2000,-. Dat betekent: een extra maandsalaris voor leraren per jaar. Daarnaast is het gelukt nog eens 460 miljoen euro extra voor de komende twee jaar vrij te maken. De aanhoudende hartenkreet uit het onderwijs heeft een belangrijke rol gespeeld om het voor elkaar te krijgen.

Maar laten we ook eerlijk zijn. Dit extra geld is broodnodig. Het is niets meer dan een noodzakelijke voor leraren en leraressen die dag in dag uit keihard werken voor onze kinderen, werk van elkaar overnemen en tot ver na schooltijd in de klas met stapels werk zitten. Het extra geld moeten we daarom  zo snel mogelijk verstandig uitgeven.

En ook dan zijn we er nog niet. De salariskloof tussen het basisonderwijs en het voortgezet onderwijs kan niemand goed verklaren. Een eerlijke beloning is belangrijk voor de aantrekkelijkheid van het beroep.

Dit is eigenlijk geen fabel, want D66 is het hier hartstikke mee eens. Wij blijven ervoor strijden dat het onderwijsgeld niet bij besturen terechtkomt, maar in de klas.

De werkdruk van de leraar moet worden verlaagd. Leraren hebben weinig tijd om lessen voor te bereiden, maatwerk te bieden en te werken aan het vak. Dat maakt het vak onaantrekkelijk. Dit kabinet investeerde al 430 miljoen euro in werkdrukverlaging. Dat geld gaat direct naar de school, waardoor lerarenteams zélf bepalen hoe de werkdruk het beste verlaagd kan worden. Dat betekent dat leraren zelf bepalen of ze extra klassenassistenten aannemen, een gymdocent aanstellen of een extra conciërge aannemen. Zo worden de juffen en meesters ontlast. Leerkrachten op basisscholen hebben het extra geld om de werkdruk te verlagen op verschillende manieren ingezet. En met succes, blijkt uit onderzoek onder schoolbestuurders. Zij vinden dat de werkdruk hierdoor is afgenomen.

Maar het is nog niet voldoende. Nu is het nog zo dat het onderwijsgeld wordt overgemaakt naar schoolbesturen. Deze koepels verdelen het geld vervolgens over de scholen. Daardoor blijft er te vaak en te veel geld dat bedoeld is voor onderwijs hangen bij de onderwijsbesturen. D66 zegt: Wie betaalt, bepaalt. Het geld moet wat ons betreft naar Juf Ank, niet naar ‘Pjotr-Jan van de koepel’, om maar in de termen van De Luizenmoeder te spreken.

Maar op school worden de lessen gegeven door de leraren aan de leerlingen. Daar gebeurt het, daar is het onderwijs. Dus daar moet dan ook het geld naartoe. Niet eerst naar een bestuur dat eerst hun eigen lasten betaalt en vervolgens het geld dat overblijft aan scholen geeft om lerarensalarissen en wiskundeboeken van te betalen. Dat is de omgekeerde wereld.

Het gaat helaas niet goed met het passend onderwijs. Ondanks de veelbelovende naam is het aantal thuiszittende kinderen toegenomen, worden er steeds meer kinderen naar speciaal onderwijs doorverwezen en zet de diagnosedrang onverminderd door. De ene bureaucratie is vervangen door de andere bureaucratie wat soms kafkaëske situaties oplevert. Tien hulpverleners op een kind of verschillende zorg-aanvraagprotocollen in een klas die een leraar moet invullen. Het systeem is onbegrijpelijk en daardoor laat het ruimte voor verkeerd gedrag. In 2017 is er van het geld voor passend onderwijs 32 miljoen overgebleven. En let op: dit is toegevoegd aan een spaarrekening van 238 miljoen. Dit staat in schril contrast met de situatie in de klas waar de leerling en de leraar niet de gewenste ondersteuning krijgen.

Hoe zouden we dit beter kunnen doen? Vooropgesteld, een school zou toegankelijk moeten zijn voor ieder kind. Onderzoek toont aan dat kinderen met een beperking die naar een gewone school gaan meer, beter en sneller leren en een grotere kans hebben op het vinden van een baan en het ontwikkelen van een sociaal leven. Ook de resultaten van de andere leerlingen gaan omhoog in een inclusieve school.

Er is nog heel veel nodig om dit te realiseren. Zorg moet dichter op de school worden georganiseerd, zodat leraren geen zorgverleners worden, maar de ondersteuning krijgen die ze nodig achten om het kind onderwijs te geven. Hier past ook bij om het leerrecht in te voeren. Kinderen kunnen dan niet meer geweigerd worden en scholen en overheid krijgen meer verantwoordelijkheid om een passende plek voor het kind te creëren.